Tekstgrootte  [-][+]
Jaarverslag 2015
Gebruiksvergoeding spoor 2015 en 2016

Gebruiksvergoeding spoor 2015 en 2016

""

ACM heeft in 2015 in 2 aparte besluiten geoordeeld over de hoogte van de vergoeding voor het gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur voor 2015 en 2016. De aanleiding voor deze besluiten was een klacht van de spoorvervoerders Arriva, Connexxion, Syntus en Veolia over die gebruiksvergoeding.

De tarieven die ProRail berekent aan vervoerders voor het gebruik van het spoor, moeten voldoen aan de Spoorwegwet. Daarin staat dat de tarieven moeten zijn gebaseerd op de kosten die worden veroorzaakt door treingebruik, zoals slijtage van het spoor en wissels. Ook mag de gebruiksvergoeding niet discriminerend zijn in de zin dat vergelijkbare vervoerders dezelfde gebruiksvergoeding moeten betalen. De vaste kosten van het spoor, die er ook zouden zijn als er geen treinen rijden, mogen dus niet in rekening worden gebracht.

Klacht FMN

De Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN) had op 18 december 2014 een klacht ingediend namens 4 regionale spoorvervoerders, namelijk Arriva, Connexxion, Syntus en Veolia. Deze klacht ging over diverse aspecten van de gebruiksvergoeding die ProRail in rekening brengt.

De aanleiding voor de klacht van FMN was dat de tarieven in 2015 en 2016 stijgen van 279 miljoen euro in 2014 naar 330 miljoen euro in 2016. Dit is een totale stijging van 51 miljoen euro (18%). Tegen deze zaken is beroep aangetekend bij het CBb.

Besluit (deel I) van juli 2015

In het eerste besluit van 2 juli 2015 heeft ACM getoetst of de tariefstijging voldoet aan de wettelijke eisen. Dit was op veel punten het geval. Echter op enkele onderdelen voldeden de tarieven die ProRail in rekening wilde brengen niet. Op deze onderdelen moest ProRail de berekening van de tarieven bijstellen en de tarieven voor 2016 aanpassen. ACM heeft ProRail een bindende aanwijzing gegeven om de gewichtsklasse tot 160 ton fijnmaziger te maken, de tarieven voor lichte treinen moesten lager worden dan ProRail aanvankelijk had vastgesteld.

Op een paar onderdelen beschikte ACM over onvoldoende informatie van ProRail om tot definitief oordeel te komen. Zo heeft ProRail onvoldoende duidelijk gemaakt welk deel van de onderhoudskosten voor spoor en wissels en van de kosten voor vervangingsinvesteringen wordt veroorzaakt door treingebruik en waarom. ACM heeft bepaald dat ProRail een duidelijke en deugdelijke motivering dient vast te stellen en die opnieuw ter beoordeling aan ACM dient voor te leggen. In het tweede besluit van 16 november 2015 is ACM op die onderdelen van de aanvraag van FMN ingegaan.

Besluit (deel II) van november 2015

In het tweede besluit van 26 november 2015 heeft ACM opnieuw gekeken naar de motivering van ProRail ten aanzien van onderhoudskosten voor spoor en wissels en de kosten voor vervangingsinvesteringen. ACM heeft geoordeeld dat de motivering op veel onderdelen voldoende was. Maar dat was nog niet het geval voor het percentage van de onderhoudskosten dat wordt veroorzaakt door gebruik van enkele onderdelen van het spoor. Daarvoor dient ProRail de onderbouwing nog te verbeteren en uiterlijk 1 juni 2016 opnieuw aan ACM voor te leggen.