Tekstgrootte  [-][+]
Jaarverslag 2015
Goedkeuring kostentoerekeningssysteem Schiphol

Goedkeuring kostentoerekeningssysteem Schiphol

""

De tarieven die Schiphol in rekening brengt aan luchtvaartmaatschappijen zoals KLM, EasyJet of RyanAir volgen uit het kostentoerekeningssysteem (KTS) dat Schiphol hanteert. ACM heeft dit KTS beoordeeld en in mei 2015 goedgekeurd.

Proces

Op 1 december 2014 had Schiphol de eerste versie van het KTS ter beoordeling voorgelegd aan ACM. Naar aanleiding hiervan hebben ACM en Schiphol in de periode januari-april 2015 verschillende bijeenkomsten georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten gaf ACM uitgebreid commentaar op het KTS. Op 30 april 2015 diende Schiphol vervolgens een consultatieversie van het KTS 2016-2018 bij ACM in. Op 6 mei 2015 lag het ontwerpbesluit van ACM tot goedkeuring van het KTS ter inzage voor consultatie. Dit gebeurde in het kader van de 'uniforme openbare voorbereidingsprocedure'. De consultatie heeft op enkele onderdelen geleid tot aanpassingen van het KTS. ACM heeft, na deze aanpassingen, goedkeuring gegeven aan het KTS.

Belang KTS

Voor de toerekening van kosten, opbrengsten en materiële vaste activa aan luchtvaart- en beveiligingsactiviteiten stelt Schiphol een KTS op dat ACM moet goedkeuren. Het KTS geeft de principes aan op grond waarvan wordt vastgesteld in welke mate productiemiddelen worden aangewend voor luchtvaart- en beveiligingsactiviteiten. Het KTS moet voldoen aan eisen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit. De in het KTS beschreven principes moeten leiden tot kostengeoriënteerde tarieven voor luchtvaart- en beveiligingsactiviteiten. Als de structuur, de grondslagen en de in het KTS gehanteerde verdeelsleutels aan de eisen voldoen, kunnen met toepassing van het KTS kostengeoriënteerde tarieven worden bepaald.

Structuur en grondslagen

ACM constateerde dat de structuur en de grondslagen van het KTS en de mate van verfijning in het KTS zodanig zijn dat aan de vereisten van integraliteit en proportionaliteit is voldaan. Voor de bepaling van de kosten van luchtvaartactiviteiten hanteert Schiphol in het KTS principes die zijn gebaseerd op de International Financial Reporting Standards (IFRS). Als deze principes strijdig zijn met de Wet luchtvaart, gaat de Wet luchtvaart voor. ACM vond deze uitgangspunten juist. Ook constateerde ACM dat de bepaling van de integrale kostprijs, de bepaling van de Regulatory Asset Base (RAB), de afschrijvingsmethode en de bepaling van de vermogenskostenvoet (WACC) bedrijfseconomisch aanvaardbaar zijn. Daarmee voldeed het KTS aan de vereisten van marktconformiteit.

Verdeelsleutels

Voor de toerekening van de opbrengsten en de kosten aan luchtvaartactiviteiten stelt Schiphol een toerekeningssysteem vast dat de goedkeuring behoeft van ACM. Het grootste deel van kosten en opbrengsten voor luchtvaartactiviteiten wordt rechtstreeks en volledig toegerekend aan luchtvaartactiviteiten. Daarvoor is geen verdeelsleutel nodig; een principe voor de toerekening van kosten. De kosten van productiemiddelen, die deels voor luchtvaartactiviteiten en deels voor niet-luchtvaartactiviteiten worden aangewend, moet Schiphol echter toerekenen naar de mate waarin zij deze daadwerkelijk voor luchtvaartactiviteiten gebruikt (proportionaliteitseis). Voor deze gedeelde kosten zijn wel verdeelsleutels nodig.

ACM is van oordeel dat alle in het KTS beschreven verdeelsleutels die Schiphol hanteert bij de toerekeningen in de vorm van doorbelastingen en allocaties, in overeenstemming zijn met de wettelijke vereisten. ACM concludeerde dat het KTS voldoet aan de gestelde eisen en verleende daarom haar goedkeuring aan het door Schiphol voorgelegde KTS.