Tekstgrootte  [-][+]
Jaarverslag 2015
TenneT

TenneT

""

In het methodebesluit voor TenneT speelde vooral de vraag of ACM de efficiëntie van TenneT mocht baseren op de uitkomsten van een internationale benchmark. ACM had deze resultaten door een aanvullend onderzoek (STENA2012) vertaald naar de Nederlandse situatie. Het College oordeelt dat ACM de efficiëntie mocht baseren op dit aanvullend onderzoek. TenneT had bezwaar tegen de wijze waarop de investeringskosten van de verschillende deelnemende netbeheerders vergelijkbaar waren gemaakt door standaardisering via de zogenoemde annuïteitenmethode. Daar ging het CBb niet in mee. In STENA2012 was uitgegaan van de Nederlandse vermogenskostenvoet (WACC) ten tijde van het onderzoek, terwijl in de internationale benchmark was uitgegaan van een Europees gemiddelde. Dit resulteerde in een lagere efficiëntie van TenneT dan in de internationale benchmark. Het CBb achtte het model onvoldoende voorspelbaar en droeg in de tussenuitspraak ACM op de uitkomst van het model terughoudend te gebruiken. Ook mocht ACM de gevonden efficiëntie niet gebruiken voor kosten die niet gebenchmarkt waren.

De beroepsgronden van TenneT tegen de 'dynamische efficiëntie' slaagden niet. Dit betreft de mate waarin de netbeheerder door onder meer technologische ontwikkelingen efficiënter kan worden, ook wel 'frontier shift' genoemd. Het College is van oordeel dat de interpretatie van ACM van de Elektriciteitsverordening juist is, en dat (ook daar) ACM de benodigde beoordelingsruimte heeft. Ter vergroting van de robuustheid en betrouwbaarheid van het onderzoek is gekozen voor een combinatie van data die zich over een zo lang mogelijke tijd uitstrekken en recente data. TenneT heeft de deugdelijkheid van het onderzoek niet in twijfel kunnen trekken en TenneT heeft hier ook geen onderzoek tegenover gesteld. Ook het toepassen van de frontier shift op kosten buiten de benchmark acht het CBb niet onrechtmatig.

TenneT richtte zich verder nog tegen het betrekken van de operationele kosten van de NorNed-kabel in de tarieven. ACM heeft de bevoegdheid om te bepalen dat de operationele kosten van de NorNed-kabel worden vergoed via de tarieven. Uit de Elektriciteitswet blijkt dat op een landgrensoverschrijdend net, zoals de NorNed-kabel, dezelfde regels van toepassing zijn als de regels die gelden voor het landelijk hoogspanningsnet. Dat geldt ook voor de regels voor het vaststellen van tarieven, tenzij er expliciet een uitzondering is gemaakt. Die uitzondering is niet gemaakt. Het CBb oordeelde daarom dat ACM de operationele kosten van de NorNed-kabel in de tarieven mag meenemen.