Tekstgrootte  [-][+]
Jaarverslag 2017
Spoormonitor

Spoormonitor

De ACM heeft als wettelijke taak om ontwikkeling in de spoorsector te monitoren.

In maart 2017 heeft de ACM de Spoormonitor 2016 gepubliceerd. Daarin heeft zij de stand van zaken van de Nederlandse spoorvervoersmarkt onderzocht. De monitor is gebaseerd op gegevens van 43 stakeholders die hebben gereageerd op verschillende vragen van de ACM. De bevindingen van het stakeholdersonderzoek gaan over de periode van begin 2014 tot augustus 2016. De vorige Spoormonitor verscheen in oktober 2014.

Met de Spoormonitor presenteert de ACM de ervaringen van de verschillende gebruikers van het spoorwegnet met de dienstverlening van de spoorwegbeheerder en met die van andere aanbieders. Op basis van de bevindingen van het stakeholdersonderzoek inventariseert de ACM mogelijke knelpunten. Die kunnen vervolgens als input dienen voor onze werkagenda. Via de Spoormonitor deelt de ACM de bevindingen uit de enquête met de beheerder, spoorgebruikers en andere 'stakeholders' in de spoorsector, zoals het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

De stakeholders hebben gereageerd op onze vragen over het beheer en de dienstverlening van de spoorwegbeheerder ProRail en de spoorvervoersdiensten van andere aanbieders. Ook gaven de stakeholders een oordeel over het functioneren van de OV-chipkaart in het personenvervoer per spoor. En gaven zij een oordeel over hun ervaringen bij de regionale spooraanbestedingen.

De stand van zaken in de Nederlandse spoormarkt laat onder andere zien dat in 2016 het personen- en goederenvervoer per spoor blijft toenemen. Ook zijn er zorgen over de betaalbaarheid en beschikbaarheid van het spoor.

Stijging van aantal treinkilometers voor personen- en goederenvervoer

De ACM constateerde dat het aantal treinkilometers voor spoorgoederenvervoer is gestegen van 10,0 miljoen kilometer in 2014 naar 10,6 miljoen kilometer in 2015 tot 11 miljoen kilometers in 2016. Het personenvervoer over het spoor is gestegen van 144,8 miljoen treinkilometers in 2014 naar 145,6 miljoen treinkilometers in 2015 tot 147 miljoen kilometers in 2016.

Zorgen over betaalbaarheid en beschikbaarheid van het spoor

Goederenvervoerders en personenvervoerders maken zich zorgen over de betaalbaarheid en de beschikbaarheid van het spoor. Vervoerders betalen aan ProRail een vergoeding om gebruik te mogen maken van het spoor. Zij vinden die vergoeding te hoog. De goederenvervoerders vinden dat de huidige prijsstelling de concurrentie met het vervoer over de weg of het water moeilijker maakt. Ook vinden zij dat er te weinig capaciteit beschikbaar is. Deze capaciteit staat extra onder druk doordat ProRail op veel plekken onderhoud pleegt.

Gelijke kansen voor personenvervoerders

Personenvervoerders die willen toetreden tot het Nederlandse spoor maken zich zorgen over de kansen die zij krijgen om mee te dingen naar aanbestedingen in het spoorvervoer. Momenteel kunnen zij alleen meedingen naar aanbestedingen voor regionaal spoorvervoer. De concessie voor de exploitatie van het hoofdrailnet en de HSL-zuid is tot 2025 onderhands (zonder concurrentie) gegund aan NS. De kansen die personenvervoerders krijgen hangen samen met de keuzes ten aanzien van de gewenste marktordening op de spoor. In 2017 heeft een onafhankelijke commissie onderzoek gedaan naar verschillende scenario's voor de ordening op het spoor na 2024. De aanleiding voor dit onderzoek was de aanbeveling van de parlementaire enquêtecommissie Fyra om hoofdscenario's uit te werken voor de spoorordening na 2024.

De ACM bracht in 2017 op verzoek van de Tweede Kamer advies uit bij het rapport van de commissie.

Informatieverzoek spoorsector 2017

Vanaf 2017 vraagt de ACM aan de hand van een informatieverzoek informatie uit bij partijen. De ACM gebruikt de verzamelde informatie voor 3 rapporten: het IRG-Rail Market Monitoring Report, het RMMS Rapport van de Europese Commissie en tot slot de ACM Spoormonitor. Aan de hand van de informatie gaat de ACM na of er knelpunten zijn in de spoormarkt.