Tekstgrootte  [-][+]
Jaarverslag 2017
Warmte

Warmte

De ACM stelt de maximumprijs vast voor de levering van warmte en is verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen aan warmteleveranciers.

Tarieven 2017

Eind 2017 stelde de ACM de tarieven voor warmte in 2018 vast. Gebruikers van blok- en stadsverwarming betalen in 2018 gemiddeld 58 euro meer dan in 2017. Ongeveer 0,5 miljoen consumenten en een deel van de midden- en kleinbedrijven hebben hiermee te maken. Gemiddeld verbruikt een huishouden per jaar 35 gigajoule. Hiervoor gaan zij in 2017 gemiddeld 1.151 euro betalen. De ACM stelt de warmtetarieven vast omdat consumenten en bedrijven niet kunnen overstappen naar een andere warmteleverancier of op gas. De stijging in het warmtetarief is het gevolg van de stijging van de tarieven voor gas en een stijging van de energiebelasting.

Rendementsmonitor

De ACM heeft de financiële rendementen van warmteleveranciers onderzocht op grond van de Warmtewet (de Rendementsmonitor). De ACM brengt deze monitor eens per 2 jaar uit. De ACM rapporteert aan de minister van Economische Zaken en Klimaat over de uitkomsten. Dit is de tweede Rendementsmonitor sinds de inwerkingtreding van de Warmtewet, en kijkt naar de rendementen in de jaren 2015 en 2016. De Rendementsmonitor is uitgevoerd door een extern advies- en onderzoeksbureau. Op hoofdlijnen luidt de conclusie dat warmteleveranciers in de jaren 2015 en 2016 een rendement behaalden dat onder de bandbreedte voor het redelijk rendement ligt. Dit is gelijk aan het jaar 2014, terwijl warmteleveranciers in 2013 wel een redelijk rendement behaalden. Het onderzoek is gebaseerd op de kosten- en omzetgegevens van de vergunninghouders warmte, die in totaal ongeveer 59% van de markt uitmaken.

Technische briefing Tweede Kamer over herziening Warmtewet

Op 30 november 2017 heeft de ACM deelgenomen aan een technische briefing in de Tweede Kamer over de herziening van de Warmtewet. Het wetsvoorstel hierover ligt ter behandeling in de Tweede Kamer. De ACM pleitte er tijdens de technische briefing voor om dit wetsvoorstel zo spoedig mogelijk in werking te laten treden omdat het een aantal belangrijke verbeteringen bevat ten opzichte van de huidige Warmtewet.

In het wetsvoorstel is een groot aantal begrippen duidelijker gedefinieerd. Het vaststellen van maximumprijzen voor afleversets, de aansluitbijdrage en de afsluitbijdrage zal leiden tot meer duidelijkheid en zekerheid voor leveranciers en consumenten. Daarnaast sluit de gewijzigde compensatieregeling beter aan op de praktijk en zal de regulering van het koude gedeelte van Warmte Koude Opslag (WKO-)systemen leiden tot een betere bescherming van de consument. Dit wetsvoorstel beoogt verhuurders en Verenigingen van Eigenaren uit te zonderen van de verplichtingen van de Warmtewet, zodat er een verlichting van de administratieve lasten voor deze partijen komt.

Last onder dwangsom voor Vestia

Vestia moet 30 bewoners in Naaldwijk met WKO-systemen vanaf 2014 minimaal 1 keer per jaar een rekening sturen waarop precies staat aangegeven hoeveel zij per huishouden aan warmte hebben gebruikt. De ACM gaf Vestia hiervoor 6 weken de tijd. Daarna zou een dwangsom gaan lopen van 10.000 euro per week, met een maximum van 150.000 euro. De bewoners hadden bij de ACM onder andere een klacht ingediend dat zij van Vestia onvoldoende gegevens krijgen over de warmte die zij gebruiken. Tegen dit besluit van de ACM is door de bewoners beroep aangetekend.